Je ziet je hond op je af komen, drukt af en denkt: die heb ik! Tot je thuis inzoomt en de ogen toch weer onscherp zijn. Zo zonde, want dat moment krijg je niet precies terug. Met een paar bewuste keuzes maak je de kans op een scherpe actiefoto een stuk groter.
Geef je sluitertijd voorrang
Mijn advies voor actiefotografie is een sluitertijd van 1/1250 seconde of korter. Gebruik dit als vertrekpunt om de beweging van een rennende hond te bevriezen. Bij een snelle sprint of sprong kan een nog kortere sluitertijd nodig zijn. Controleer de ogen en poten en stel bij tot het beeld klopt.
Daar heb je voldoende licht voor nodig. Kies je diafragma bewust en verhoog je ISO wanneer dat nodig is om je korte sluitertijd te houden. Een iets hogere ISO kan beter uitpakken dan een foto waarin de beweging niet bevroren is.
Laat de scherpstelling met de hond meebewegen
Gebruik continue autofocus: bij Canon heet dat bijvoorbeeld Servo AF, bij veel andere camera’s AF-C. Dieren- of oogdetectie kan helpen als jouw camera dat ondersteunt. Controleer of de camera echt de hond volgt en niet het gras ervoor.
Houd de hond al in beeld voordat hij op de plek komt waar je wilt afdrukken. Korte series geven je meerdere momenten om uit te kiezen, maar vervangen je scherpstelling en timing niet.
Kies je plek voordat de hond gaat rennen
Een kort gemaaid veld met voldoende licht is fijner om te oefenen dan een donker bos vol takken. Spreek met het baasje een overzichtelijke looprichting af en houd genoeg afstand om de hond te kunnen volgen.
Kijk ook naar je achtergrond en je eigen standpunt. Dat scherpe koppie mag straks best alle aandacht krijgen. Laat de hond alleen bewegen op een veilige, passende ondergrond en geef hem tussendoor rust.
